| Notities persoon | vader Garmt Jans Visser moeder Ebeltje Harmannus ten Hoorn
veerschipper dient in 1846 een verzoek in om een pelmolen te mogen bouwen achter zijn woning (herberg) in de tuin aan de Hoofdvaart te Grootegast Op 7 Juli 1846 verleent de Minister van Financiën aan Melle G. Visser vergunning om zijn pelmolen te bouwen onder voorwaarde dat de molen op een goede afstand van de weg wordt gebouwd, dat de molen geen hinder aan de scheepvaart en aan de wal veroorzaakt en dat de molen niet met riet of stro maar met hout of een andere harde bedekking wordt bedekt, en dat hij binnen 1 jaar zijn molen moet hebben gebouwd. Melle Garmts Visser heeft ongeveer 7 jaar met de molen gewerkt want op 24-8-1854 verkoopt hij de rogge- en pelmolen met grond daarbij behorende aan Wieger Hendriks Holtrop en echtgenote Frouktje Klatter Nieweg wonende te Marum, voor f 7500,-. zie het artikel Korenmolen te Grootegast door W. Haan, afgedrukt in “De Zelfzwichter” jaargang 21, 1994, nummer 73 en 74. |
|